Christiaan Huygens & de buisloze telescoop

Iconen langs de Vliet

Iconen langs de Vliet

Home > Christiaan Huygens & de buisloze telescoop

Christiaan Huygens & de buisloze telescoop

Christiaan Huygens & de buisloze telescoop

De meest geniale ideeën zijn vaak ook de meest simpele. Christiaan Huygens was een meester op dat gebied. Het mooiste voorbeeld daarvan is wel zijn oplossing voor de ‘trillende telescopen’.

Omstreeks het midden van de 17de-eeuw was het bestuderen van ons zonnestelsel en het doen van ontdekkingen een wedloop tussen sterrenkundigen van naam. Overal werd ’s nachts naar de hemel gekeken, in Londen, Parijs, Praag, Den Haag én Voorburg. De geslepen lenzen die men gebruikte in de telescopen werden steeds beter. Dat betekende dat die telescopen ook steeds langer konden zijn, waardoor de vergroting van het beeld toenam. Kort na 1660 werd een lengte bereikt van vijftien meter en lagen er plannen voor nog langere. En dat was een serieus probleem.

Trillende buizen
Hoe langer de buis van een telescoop is, hoe zwaarder en daardoor lastig te hanteren. Bovendien hebben de houten of koperen buizen van extreem lange telescopen een nadeel: ze buigen door onder hun eigen gewicht en zijn gevoelig voor wind. De trillingen die daardoor ontstaan in de buis maken het beeld dat je ziet minder scherp.

Christiaan Huygens bedenkt dan een oplossing. Hij stelt vast dat de buis van een telescoop in feite maar één hoofdfunctie heeft: de objectieven of lenzen aan beide uiteinden op hun plaats houden. Dat kan ook op een andere manier. Hij laat de buis gewoon weg. En ontwerpt vervolgens een systeem waarmee de voorste en de achterste lens (het objectief en het oculair) met enkele vernuftige handgrepen precies op één lijn kunnen worden ingesteld. Zonder de buis is er geen limiet meer aan de lengte van een telescoop.

Hoe werkt het?
Op een mast van minimaal vijftien meter hoogte plaats je de voorste lens, de objectieflens. Met behulp van een katrol kan die naar de gewenste hoogte worden gehesen. Het oculair, de ooglens, plaats je vervolgens in een holle ring of cilinder, en die bevestig je op een statief op ooghoogte. Tussen beide lenzen span je een draad, waarmee je de richting van de lens in de mast kan besturen. Omdat beide lenzen met elkaar zijn verbonden door die draad, kan je door de ooglens te draaien de draad strak trekken en op die manier de beide lenzen onderling in positie brengen. Met een kaarslamp kun je het synchroniseren vergemakkelijken.

Kachelpijpen
Niet alleen wetenschappers bestudeerden in de 17de-eeuw de sterrenhemel, ook onder vermogende heren was het een geliefd tijdverdrijf. Zij kochten de beste en duurste telescopen, vaak rijk versierd. Aan Christiaan was zo’n ‘kunstobject’ niet besteed.  Voor veel van de telescopen die hij zelf bouwde gebruikte hij kachelpijpen van verschillende doorsnee. Goedkoop en praktisch. Het ging hem immers om het kijken. Dat is ook de reden dat er nauwelijks telescopen van Christiaan bewaard zijn gebleven. In de 19de-eeuw zijn die buizen door musea als ‘waardeloze objecten’ bijna allemaal weggegooid, men bewaarde uitsluitend de lenzen.

[Afbeelding: Twee tekeningen van Christiaan Huygens, Hofwijck & de buisloze telescoop]

 

Door Peter van der Ploeg