Prinses Marianne

Prinses Marianne der Nederlanden (1810-1883) heeft in Museum Swaensteyn een kamer. Deze is sfeervol ingericht met persoonlijke bezittingen en schilderijen uit haar beroemde kunstcollectie. Ze vertellen het verhaal van een rijk maar ook turbulent leven, het verhaal van een negentiende-eeuwse prinses die tevens een onafhankelijke vrouw wilde zijn.

 

Prinses Marianne was de jongste dochter van koning Willem I en zijn echtgenote prinses Wilhelmina (Mimi) van Pruisen. Zij werd in 1810 geboren in Berlijn, waar het prinselijke gezin in ballingschap verbleef, op de vlucht voor Napoleon Bonaparte. Nadat de Franse keizer in 1813 was onttroond en Willem Frederik in Scheveningen werd onthaald als de nieuwe vorst, keerde ook Marianne terug naar Holland. Korte tijd later werd het Koninkrijk der Nederlanden uitgeroepen, met Willem Frederik als koning Willem I en zijn echtgenote als de eerste koningin Wilhelmina.

 

Ansichtkaart als souvenier, 1875

Prinses Marianne, Berlijn, 9 mei 1810 – Erbach, 29 mei 1883

De jonge en bijzonder elegante prinses Marianne was, toen zij de huwbare leeftijd bereikte, populair bij Europese prinsen. Haar eerste verloving, in juni 1828 met de Zweedse prins Gustaaf, moest echter om politieke redenen worden verbroken. Kort daarna trouwde zij met haar neef Albrecht van Pruisen.  Het huwelijk werd op 14 september 1830 voltrokken in de balzaal van Paleis Noordeinde in Den Haag. Albrecht en Marianne vestigden zich in Berlijn.

Voorburg

In 1848 kocht Marianne in Voorburg de buitenplaats Rusthof. Hier, dicht bij Den Haag, hoopte zij de banden met haar familie te herstellen. Dat lukte maar gedeeltelijk.  Maar Voorburg onthaalde haar feestelijk. Op 8 mei 1849 arriveerde zij in de feestelijke versierde Herenstraat, toegejuicht door een grote menigte.

 

Voor de buitenstaander moet het een gelukkig huwelijk hebben geleken. Marianne kreeg tussen 1831 en 1842 maar liefst vijf kinderen. Maar achter de schermen waren er grote spanningen. In 1844 scheidden Albrecht en Marianne van tafel en bed, vijf jaar later werd het huwelijk ontbonden. Inmiddels had Marianne omstreeks 1844 de man ontmoet die de grote liefde van haar leven zou worden. Hij heette Johannes van Rossum en was als lakei in dienst van de Oranjefamilie. Op verzoek van Marianne werd Johannes toegevoegd aan haar eigen hofhouding. Hij werd haar secretaris, haar bibliothecaris en ook haar minnaar. Het paar zou 28 jaar lang, tot de dood van Johannes, bij elkaar blijven.

Over haar leven in Voorburg, maar ook over haar vele reizen door Europa, haar kastelen in Italië en Duitsland, en haar geluk met de liefde van haar leven komt u in de Mariannekamer alles te weten. Het boeiende verhaal van een vrouw die haar eigen weg koos.